Auteur |
Bericht |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Ma Sep 01, 2008 10:17 |
 |
Fanfiction Challenge September [De Vuurbeker/Eerste liefde]
Hallo allemaal!
Hier weer een nieuwe FanFiction Challenge voor September. Ook deze keer weer een speciale Fanfiction Challenge voor de vierde Harry Potter Forum Maand, de Vuurbeker.
In dit boek wordt Harry voor de eerste keer serieus verliefd, namelijk op Cho Chang. Verder zijn er natuurlijk een hoop eerste afspraakjes en liefdes rond het Kerstbal.
Het thema van dit keer is dan ook: Eerste liefde.
Let op, dat hoeft dus niet perse over boek 4 te gaan, gewoon eerste liefde in het algemeen. Aangezien hier genoeg romantische zielen rondlopen en mensen die alles shippen wat los en vast zit, denk ik wel dat jullie je hiermee kunnen uitleven. xD
Thema met dank aan Smalofski.
De regeltjes:
x Je inzending mag minimaal uit 1000 woorden bestaan en maximaal uit 2000 woorden. Let hier alsjeblieft op, het zou zonde zijn als je verhaal hierdoor niet mee kan doen!
x Houd je aan de opgegeven opdracht! Deze keer is het thema ‘Eerste liefde’.
x Het moet speciaal voor de challenge geschreven zijn. (En dus nergens anders op internet te vinden zijn.)
x Je moet het verhaal zelf geschreven hebben.
x Het moet in AN (Algemeen Nederlands) geschreven zijn; geen breezahtaal en als het kan zo min mogelijk spelfouten. Kijk in ieder geval je inzending even na voor je hem instuurt of laat hem door iemand bèta-readen.
x Gebruik in je verhaal óf de Engelse namen uit Harry Potter óf de Nederlandse, anders wordt het verwarrend.
x Je mag maximaal 1 verhaal inzenden.
x Je inzending moet een Nederlandse titel hebben.
x Je inzending moet vóór de uiterste inleverdatum binnen zijn.
x En houd er even rekening mee dat dit een forum voor alle leeftijden is.
De challenge begint vandaag, 1 September dus, en jullie kunnen je verhaal inzenden tot 22 September! Daarna kunnen we gaan stemmen.
Als je nog vragen, opmerkingen of ideeën hebt, dan hoor ik het graag! Stuur gewoon even een PB. Ook de inzendingen voor de challenge stuur je natuurlijk naar mij via PB.
Ik wens jullie allemaal veel plezier en succes met deze nieuwe challenge!
xXx Shirley
Inzendingen:
1. Dag, Jona
2. Een woord om gedag te zeggen
3. De Ballerina
4. Eerste liefde, Liefde eerst
5. Verloren hoop
6. Spinnenliefde
7. Spiegelliefde
8. Een onmogelijke droom |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Ma Sep 01, 2008 15:21 |
 |
Dag, Jona
Het is de twaalfde dag van de twaalfde maand, 1950. Veronica staart in het vuur. De feniksklok slaat twee uur. Nog een halfuur. Dat was het moment waarop hij de deur uitstapte. Deze deur, waarvan de verf stilaan begint af te bladderen. Ze herinnert zich dat moment nog goed. Ze herinnert zich de pijn, de tranen die uitbleven en haar gezicht, wat van ijs was. Ze herinnert zich alles.
De flakkerende vlammen kleuren grijs.
Parelgrijs, het grijs van een winterdag…
Zweinstein, 1938
“Ik hou van je, en daarom ga je vannacht mee naar De Drie Bezemstelen.”
“Nee!”
“Jawel!”
“Nee!! Wie denk je dat je bent!”
“Ik ben gewoon Jona. Ga alsjeblieft mee.”
“Nee!”
“Ga gewoon. Of anders spring ik in het meer.”
“Je bent gek! Het meer is onder de nul graden!”
Dat weet ik nog goed. Ik herinner me niet veel meer m’n verblijf op Zweinstein, dat is te pijnlijk. Maar dat het meer nooit van ijs was, wist ik nog. Hoe koud het ook mocht zijn…net als mijn liefde voor Jona.
Jona is uiteindelijk niet in het meer gesprongen. Ik ging met hem mee naar De Drie Bezemstelen. Anders had hij het echt gedaan! In het holst van de nacht zijn we Zweinstein uitgeslopen. En ik vond het nog spannend ook. In de Drie bezemstelen was het leeg. Overal hingen elfjes op, beroofd van hun stem, maar des te nijdiger omdat ze vastgebonden waren. Hun licht gaf een gezellige gloed.
Ik kan de geur van het dennenhout nog ruiken. Een prachtige kerstboom stond opgetuigd in het midden van de zaal. Zachte kerstmuziek speelde op.
“Hoe heb je dit zo eenzaam gekregen. En hoe- hoe weet je dat ik van Kerstmis houd?”
“Gewoon.”
We dansten.
Net voor de eerste zonnestralen de volgende morgen opkwamen, lagen we elk in ons eigen bed. Het was een zalige nacht geweest. Ik geloof dat ik toen verdronken ben in Jona’s ogen.
Jona, hij was een vreemde jongen. Ik had hem nog nooit écht opgemerkt in de vijf jaar dat ik op Zweinstein zat. Maar hij mij wel. Naar het schijnt was hij al die jaren verliefd op me geweest. En die avond had hij zijn kans gegrepen. Het werkte.
Ik was gek op hem. We waren het beroemdste koppel van heel de school. En het beruchtste. Alletwee van rijke afkomst, alletwee volbloeden. En we hielden van elkaar. Nooit had ik zo iemand gehad. Hij was raar, maar zo lief. Ik hield van hem met heel m’n hart.
En nog steeds, denkt Veronica, terwijl de eerste traan uit haar oog drupt. Al snel volgen er nog. Tot haar hele schoot nat is.
Max komt bezorgd naar haar toegelopen.
“Liefje, gaat het? Is je water gebroken? Moet ik bellen?”
Geagiteerd schudt hij met z’n hoofd en wilt naar de (wat zijn Dreuzels toch geweldig inventief, een telefoon is echt een slimme uitvinding) telefoon lopen, maar Veronica stopt hem.
“Schat, m’n water is niet gebroken. Ik kreeg gewoon tranen in mijn ogen van het vuur, het flakkerde nogal. Dank je.”
“Als er iets is, roep me meteen,” zegt hij, en loopt met een laatste bezorgde blik terug naar boven. Oh, Max. Hij moest eens weten.
Max is een schat van een man. Hij is verpleger en werkt hard ’s nachts. Daarom slaapt hij overdag. Hij heeft het broodnodig. Maar nu we een kind verwachten, staat hij paraat op elk uur. Hij is zo lief voor mij. En ik kan hem geen liefde schenken. Niet de liefde die ik voor Jona voelde…
Jona en ik waren zielsgelukkig. Toen we eenmaal afgestudeerd waren, allebei met de hoogste onderscheiding, zouden we gaan samenwonen. En trouwen. Maar toen kwamen de problemen, die al lang rond ons heen sluimerden, ons tegemoet.
“Nee, Veronica Leeuwenhart! Neen! Die kalverliefde moet nu maar voor eens en voor altijd afgelopen zijn! Ik ben het moe! Ik heb het drie jaar lang moeten verdragen! Maar nu ga je te ver. Vergeet hem. Niet met hém!”
Mijn ouders waren onverbiddelijk.
Ik, rechtstreekse afstammeling van Griffoendor, die met een rechtstreekse afstammeling van Zwádderich zou gaan trouwen?! Nooit van hun leven!
Volgens hén waren ze al meer dan tolerant genoeg geweest, méér dan genoeg. Ik mocht met hem gaan, wat in die tijd al haast onvoorstelbaar was. Maar trouwen!? Nee.
Ze hadden het er al moeilijk dat ik een koppel vormde met een Zwadderaar, (houden van kon ik zogezegd nog niet) maar dit ging er losjes over.
Mijn ouders waren onverbiddelijk.
Of wel brak ik met hem, ofwel met hen. En kreeg ik de vloek van de familie over me heen.
Ik wist wat ik koos.
En aangezien ze er bij Jona net zo over dachten, was de keuze rap gemaakt.
Wij braken met onze ouders. Om het niet nog pijnlijker te maken voor beide partijen, trokken wij ons uit het tovenaarsleven weg. Voorgoed.
We trouwden, bouwden ons eigen huisje en zouden genieten van het leven. Buiten de oorlog gerekend.
In 1940, vlak na de bruiloft, brak het geweld in alle hevigheid los. En Jona, een gezonde man in de fleur van zijn leven, werd opgeroepen.
De dag dat hij vertrok, staat in mijn geheugen gegrift. Ik kon niet huilen. Ik kon niet spreken. Ik kon alleen nog maar toezien hoe dat hij, met een vertrokken gezicht afscheid nam. Ik kon hem niet meer kussen. Ik was een beeldhouwwerk.
En na drie jaar hielden de brieven op. Ik was een gebroken vrouw. Mijn liefde scheurde door mijn lichaam, maar naar waar? Ik kon niets meer.
Ik at niet. Sprak niet. En tegen wie dan wel? Ik kon bij niemand aankloppen. Het kon me niet meer schelen ook.
Twee jaar leefde ik als een spook in mijn huis. De oorlog kon me geen barst schelen. Als er een bom op het huis viel, goed zo. Tot ik Max ontmoette.
Hij was lief en hielp me uit mijn depressie. Hij was van goud. Ik hield met een koesterende warmte van hem. Maar hij was Jona niet. Al had zijn blik er iets van weg.
Ik knapte op en raakte verliefd. We trouwden. We kregen een baan. De oorlog stopte en Jona verdween in het diepste hoekje van mijn hart, waar hij nu nog ergens sluimert. En nu draag ik mijn eerste kind, wat van hem had moeten zijn…
Ik ben nat van mijn eigen tranen. Wanhopig kijk ik in het vuur en in het rond ofdat Jona niet opduikt.
“Jona…” prevel ik. Angstig val ik in een stoel. Elk jaar is het hetzelfde. De pijn, de herinneringen die haarscherp naar boven komen. Alsof ik stik in de herinnering van zijn gezicht, zijn aanraking, zijn ziel…
Het voelt alsof iets dat een geheel was, bruut uit elkaar was gerukt en de stukken niets meer waren zonder elkaar. Ik leeft niet meer sinds hij dat ook niet meer doet. Ik ben een schim…
Er wordt op de deur geklopt. Precies op dat moment, schopt de baby voor de eerste keer. Ik schrik wakker. Ik lig in het bed, het schemert. Max moet mij hebben weggedragen, want ik herinner me alleen nog dat ik vanmiddag in de zitkamer zat...
Was het Max die aanklopte? Wat was er gebeurd?
Ik loop naar beneden en houd mijn buik in de plooi. Hij begint al te schommelen als ik stap.
Ik open de deur. Gevangen in een krans van maanlicht staat hij daar. Zijn bekende silhouet. Mijn adem stokt. Ik ruik de bekende geur van lavendel en voor mij staat een stukje van mijn ziel.
“Dag, Jona…” |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Do Sep 11, 2008 17:38 |
 |
Een woord om gedag te zeggen
Draco zat in de Zweinsteinsexpress om voor zijn zesde jaar naar Zweinstein te gaan. Hij had half-lang blond haar dat tot iets over zijn oren viel. Hij droeg zijn zwarte gewaad met groene tinten en het Zwadderich embleem op de voorkant.
“Wemel, geef een snoepje aan me!” snauwde Draco.
Draco had Ron en Harry als zijn slaafjes genomen. Harry als voeten steuntje en Ron als de aangever van al het snoep of drinken.
“Alsjeblieft,” zei Ron duidelijk geërgerd.
Het begon buiten langzamerhand donkerder te worden. In de verte zag je de gevel van de gevangenis van Azkaban. Daaromheen zag je Dementors vliegen. Dat waren in het zwart geklede skeletten die de zielen van tovenaars verzamelden.
“Meer drinken!” snauwde Draco weer.
Hij keek toe op Ron die hem een glas drinken inschonk.
“Alsjeblieft.” Ron keek hem kwaad uit zijn ogen aan.
“Wemel!” schreeuwde Draco nu.
“Sorry majesteit.” Dit woord moest hij van Draco zeggen als hij iets fout had gedaan. Hij moest hem prijzen, Draco moest de eer hebben.
“Au...” Er klonk een stem onder Draco's voeten.
“Potter, klaag niet,” snauwde Draco naar onderen.
“Sorry majesteit,” zei Harry nu ook duidelijk geërgerd.
Draco keek Harry en Ron kil uit zijn ogen aan. Hij vond het geweldig om hen als slaafjes te hebben, maar toch kreeg hij er genoeg van.
Draco had Harry en Ron inmiddels met rust gelaten. Ze waren te vervelend door te vaak 'au' te roepen of kil uit hun ogen te kijken. Hij had er de pest in als ze dat deden en nam dus geen genoegen meer met hun zin: 'Sorry majesteit.'
“Zou ik hier plaats mogen nemen?” De coupedeur werd opengeschoven. Een meisje met lang zwart haar kwam binnen lopen. Wow, dacht Draco bij zichzelf, wat een mooi meisje.
“Euh... Ja, natuurlijk kan dat.” Hij maakte snel plaats voor haar naast hem.
“Bedankt.” Ze keek Draco wat verlegen aan.
Hij had nog nooit zo'n mooi meisje gezien. Hij merkte zelfs niet op dat ze iets aan hem vroeg.
“Sorry, heb je me wel verstaan?” vroeg ze aan hem.
“Euh... Ja. Eh.. Nee.” Draco was helemaal in de war.
“Ik ben Amy,” zei Amy met een kleine glimlach.
“Mijn naam is Draco.”
“Mooie naam.”
“Dank je,” zei Draco nog een beetje verlegen. Normaal was hij nooit zo verlegen, maar nu, op dit moment was het helemaal anders. Hij kon geen woord meer uitbrengen. Haar schoonheid was ook te mooi om waar te zijn. Dat hij verliefd was geworden op een meisje, dat overkwam hem nooit. En dan ook nog eens liefde op het eerste gezicht.
“In welk jaar zit jij?” vroeg Amy.
“In het zesde jaar,” beantwoorde Draco haar vraag. Zijn verlegenheid nam stukje bij beetje af.
“Dat is toevallig, ik zit ook in het zesde jaar, maar waarom heb ik je eigenlijk nog nooit gezien?”
“Weet ik niet.” Het was het enige wat bij hem opkwam. Hij wist niks anders te zeggen.
“Dat doet er ook niet toe.” Amy glimlachte naar Draco en hij glimlachte terug naar haar.
“Wil je ook een snoepje?” Hij hield haar een hand met smekkies voor.
“Ja, graag.” Ze pakte een smekkie en begon er op te kauwen.
Draco wou Amy nooit meer in de steek laten. Hij zou altijd bij haar in de buurt blijven.
“Bij welke afdeling zit jij?” vroeg hij om er zeker van te zijn dat hij geen misverstand zou krijgen als ze op Zweinstein zouden zijn. Hij wist niet waarom hij het vroeg, want een misverstand zouden ze natuurlijk niet krijgen.
“Ravenklauw, en jij?”
“Zwadderich, maar zo sluw ben ik niet hoor.” Hij grijnsde naar Amy, maar haar gezicht veranderde blijkbaar. Het leek wel of ze het niet meer prettig vond in de coupé. Draco probeerde haar te troosten, maar zijn woorden hielpen blijkbaar niet. Ze keek de andere kant op en zei niks meer tegen hem.
“Amy?” vroeg hij verbaasd.
“Laat me met rust akelige zwadderaar.”
“Hé, ik ben niet akelig, dat zei ik toch!” Draco voelde woede komen opborrelen, maar probeerde het uit alle macht in te houden. Hij wou helemaal niet boos zijn op de o zo mooie Amy.
Een uur later zat Amy nog steeds omgedraaid. Blijkbaar wist ze geen andere coupé te vinden waar ze kon zitten.
“Wat is het probleem Amy?” vroeg Draco bezorgd.
“NIKS, LAAT ME MET RUST!” gilde ze kwaad.
“Vertel het me nou,” bleef Draco door zeuren.
“NEE, JE WEET BEST WEL WAT ER AAN DE HAND IS!”
“Nee, dat weet ik niet.”
“WELLES!”
“Nietes.” Draco bleef kalm onder de woede van Amy, maar kon zich ook niet langer meer inhouden.
“WELLEEEESS!”
“NIETES!” Draco begon ook te schreeuwen.
O, wat deed hij nou. Hij wou helemaal niet kwaad zijn op zo'n mooi meisje. Hij zou het liefste haar gelijk geven, maar hij wist echt niet wat er aan de hand was.
“Sorry van dat geschreeuw, ik wist niet wat me bezielde,” zei Draco, maar hij wist niet meer hoe hij zich zou moeten voelen.
“Mij spijt het ook, ravenklauwers horen niet boos te zijn.” Amy voelde zich blijkbaar ook schuldig. “Ik denk dat het beter is dat ik ga.”
“Nee, niet doen.” Draco probeerde zijn tranen binnen te houden.
“Waarom niet, het kan gewoon niet zo, anders krijgen we weer ruzie, dan heb jij ook geen rust.” Amy had zo te zien ook tranen in haar ogen gekregen.
“Oke.” Hij was bedroefd.
“Ik ga.” Ze zwaaide naar hem en deed de deur van de coupé open.
Draco draaide zich om naar het raam. Hij wilde helemaal niet dat ze zou gaan, maar hij kon er ook niks meer aan doen.
“Doeg Amy.” Hij draaide zich weer terug en keek naar de rug van Amy. Ook zij draaide zich om en zei nors: “Waarom ben ik hier gekomen.”
Draco was weer helemaal de oude geworden, tranen sprongen in zijn ogen van woede. Hoe kon een meisje hem afwijzen. Hij was veel knapper dan de andere jongens uit het zesde jaar op Zweinstein, maar nog steeds geloofde hij in zijn afscheidswoorden. 'Doeg Amy,' die woorden zouden hem altijd aan haar blijven herinneren. |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Za Sep 20, 2008 17:26 |
 |
De Ballerina
‘Alsjeblieft, prinses!’
De halve buiging verborg zijn gezicht achter de lokken turkooizen haar die naar voren vielen maar de plagerige klank in zijn stem was overduidelijk.
Hoofdschuddend pakte ze het tijdschrift aan dat hij haar met een wijds gebaar aanbood en sloeg ermee tegen zijn hand.
Met een brede grijns plofte hij naast haar op de bank neer.
De hardnekkigheid waarmee hij aan het koosnaampje vasthield, verbaasde haar soms zeker omdat ze hem vaak genoeg gezegd had absoluut niet op een prinses te lijken. Ze mocht dan het lange blonde haar van haar moeder hebben geërfd, de natuurlijke gratie en koele elegantie ontbraken haar volkomen.
Teddy Lupos leunde tevreden naar achteren en sloeg een arm om de schouder van Victoire Wemel. Ze blikte even opzij en glimlachte voor ze Heks en Haard doorbladerde op zoek naar de foto’s van het huwelijk tussen Brianda Fox en Karan McKenzie.
Teddy beantwoordde haar glimlach met een knipoog. De stormachtige relatie tussen de Wachter van de Holyhead Harpies en de gitarist van de Witte Wieven bleef de roddelbladen maar bezighouden, dacht hij hoofdschuddend.
Vanuit de keuken klonk het gerinkel van aardewerk en de heldere lach van Fleur Wemel beantwoordde het gemompel van haar echtgenoot.
Teddy sloot zijn ogen terwijl zijn vingers met het lange blonde haar speelde. Het was goed om weer in De Schelp te zijn. Maar eigenlijk was het overal goed waar Victoire was, dacht hij en trok zachtjes aan haar schouder. Ze las rustig verder maar nestelde zich behaaglijk tegen hem aan.
Hij had haar gemist de afgelopen maanden. Als zevendejaars had Victoire het enorm druk met haar P.U.I.S.T.-examens en de dagen waarop hij vrij had van zijn stage bij Goudgrijp vielen meestal niet samen met de weekenden dat Victoire naar Zweinsveld mocht.
Kerstmis in het Nest was zoals altijd een enorm chaotische en gezellige boel geweest maar Teddy moest altijd even omschakelen na de rust en de stilte die in het huis van zijn oma heerste.
De Schelp had het beste van beiden. Het was een stuk minder druk zonder de inmiddels vijfentwintig man tellende Wemelclan. Maar het had de huiselijkheid van een gezin die hij soms bij zijn oma miste.
Victoire trok haar benen onder zich op de bank en bladerde verder naar een volgend artikel. Haar zachte, blonde haren streken langs zijn wang en hij rook de frisse geur van haar favoriete shampoo, een combinatie van appel en kiwi.
Zijn prinses.
Hij glimlachte. Van jongs af aan, had hij haar al met een prinses vergeleken; met haar lange blonde haren, haar vloeiende handbewegingen en goedlachse, opruimde karakter.
Gelukkig had Victoire ook voldoende temperament en kon ze koppiger zijn dan de meeste andere meisjes die hij kende. Het samenzijn met haar was nooit saai.
Langzaam dwaalden zijn gedachten af. Van de blonde prinses naast hem naar een andere. En naar zijn eerste liefde.
Teddy was een jaar of zeven toen zijn oma hem op een avond een Dreuzelsprookje voorlas. Het was een sprookje dat hij nog niet eerder gehoord had en hij luisterde gefascineerd naar het verhaal van de verwende prinses die een vieze kikker moest zoenen om haar favoriete speelgoed terug te krijgen.
Teddy huiverde toen hij het hoorde ook al was het helemaal niet koud in zijn slaapkamer. Oma stopte met lezen en lachte om het vieze gezicht dat hij trok. De oude schommelstoel, die al honderden verhaaltjes had begeleid, maakte een krakend geluid. Het leek net alsof hij het met Teddy eens was.
Oma keek hem over de rand van het boek aan en gaf hem een knipoog voor ze verderging met het verhaal.
Toen hij hoorde wat er daarna gebeurde, werden zijn ogen opeens heel groot. Die vieze kikker uit de vijver was een prins!
Een betoverde prins die door een slechte tovenaar in een kikker was veranderd.
Ademloos luisterde hij naar het eind van het verhaal en zuchtte diep bij het horen van de vertrouwde laatste woorden.
Na een korte stilte vroeg hij zachtjes, om de betovering niet te verbreken: ‘Heeft de hemel ook een ‘Lang en gelukkig’, oma?’
De stoel kraakte weer toen oma eindelijk opstond, alsof ze beiden op die vraag gewacht hadden.
Oma stopte de dekens rondom hem in, gaf hem een kus op zijn voorhoofd en antwoordde met dezelfde woorden als talloze keren eerder: ‘Ja, schat, de langste en gelukkigste die er zijn.’
Met een zwaai van haar toverstok doofden de kaarsen. Alleen de kleine maan naast zijn bed bleef zachtjes branden.
Zijn ogen volgden haar de kamer uit en toen ze de deur op een kier zette, zakten ze langzaam dicht. Hij luisterde naar ramen die gesloten werden, naar het heen en weer lopen terwijl oma boven opruimde en tenslotte – na een zacht ‘Welterusten, Teddy’ – naar haar voetstappen op de trap.
Hij draaide zich om en pakte zijn knuffel vanonder zijn kussen. Het wolfje dat oom Harry voor hem op de Kermis had gewonnen toen Teddy vier jaar was, omdat het hem aan zijn vader had doen denken.
Hij draaide terug op zijn rug en keek met open ogen naar het plafond met de honderden sterren.
De langste en gelukkigste. Het was een wens en een vast vertrouwen in één.
Hij dacht weer aan het sprookje; de betoverde prins hield zijn gedachten gevangen.
Hij wist best dat dingen niet altijd waren wat ze leken (hij was tenslotte al zeven jaar) maar dit, dit was anders.
De prins kon niet bevrijd worden door een spreuk of een toverdrank of een andere vorm van magie. Enkel een kus kon de betovering verbreken.
Hij herinnerde zich een ander sprookje waarin dat gebeurde maar die prinses was na de kus alleen maar wakker geworden en niet veranderd.
Zachtjes liet hij zich tussen zijn warme dekens uitglijden en trok een kartonnen doos vanonder zijn bed. Hij veegde gewoontegetrouw over het deksel hoewel er nauwelijks stof op lag en opende de doos.
Bovenop een witte handdoek lag een zachte meisjespop met paars haar. Ze keek hem met een lieve glimlach aan en hij pakte haar voorzichtig op. Het paarse gaas van het rokje was een beetje gekreukt en hij probeerde het glad te strijken maar het stugge materiaal had een eigen wil.
De vloer was koud aan zijn voeten en hij schoof de doos terug en kroop met de pop weer in bed. De stof van de roze balletschoentjes glansden in het schijnsel van het nachtlampje. ‘Mijn ballerinapop’ had Dominique haar genoemd. Teddy voelde zoals altijd zijn gezicht prikken van schaamte als hij bedacht dat de pop eigenlijk van Dominique was. Maar zij had vorig jaar gelijk een nieuwe gekregen toen ze hem ‘kwijt’ was, dus het was niet zo heel erg, vertelde hij zichzelf iedere keer.
Hij had de pop Dora genoemd, de naam die oma altijd gebruikte voor zijn moeder, en haar onder zijn bed verstopt.
Peinzend keek hij naar het gezichtje van Dora terwijl zijn vingers over de wollige, paarse haren streken.
Ze was geen kikker en ook geen prinses – die hadden tenslotte altijd blond haar – maar hij vroeg zich af of ...
Er was genoeg magie dat hij nog niet kende of waarvoor ze hem te klein vonden om over te vertellen.
Hij dacht aan de zolder van oom Harry waar hij in de kerstvakantie stiekem had rondgesnuffeld en een kist met oude schoolboeken had gevonden. Boemannen, Wisseldrank, Glamorgana’s … allemaal vormen van toverkunst waarbij dingen anders waren dan ze in eerste instantie leken.
Misschien had hij het boek over Magische Kussen gewoon gemist, dacht hij hoopvol.
Langzaam tilde hij Dora omhoog en drukte zijn lippen op de zachte stof. Hij zou natuurlijk nooit tegen iemand toegeven dat hij haar wel eens vaker kusjes had gegeven maar nu was het anders.
Hij probeerde met deze kus zijn hart en zijn magie, zijn hoop en verlangen mee te geven.
Dora keek hem stilletjes glimlachend aan en hij probeerde het nog een keer. Nu op een andere plaats want was de kikkerprins niet op zijn hoofd gekust en de slapende prinses op haar mond?
Met een teleurgestelde zucht kroop hij uiteindelijk weer uit bed. Hij legde Dora voorzichtig terug in de doos.
Maar terwijl hij het deksel er weer op deed, besloot hij vastberaden dat hij het de volgende avond opnieuw zou proberen. En de avond daarna. En daarna …
Misschien hadden sommige betoveringen gewoon meer kussen nodig om verbroken te worden.
Victoire keek omhoog naar het gezicht van Teddy. Zijn gelaatstrekken waren zacht en ontspannen en zijn donkere wimpers lagen rustig op zijn wangen. Een tedere glimlach speelde om haar lippen.
Ze wist al een poos waar Teddy’s gedachten heen dwaalde, als hij zo met haar haren speelde.
De Transformagiër verraadde zichzelf meestal.
Wie kon ooit opboksen tegen de eerste liefde van een tovenaar.
Haar hand kroop omhoog over zijn T-shirt en gleed via zijn schouder naar zijn nek. Hij opende verrast zijn ogen toen ze met haar vingers door zijn nu paarse haar woelde en zachtjes aan de lila plukjes trok.
Ze trok zijn hoofd omlaag tot haar lippen die van hem ontmoetten.
Welke heks zou zo dom zijn dat te willen? |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Za Sep 20, 2008 17:39 |
 |
Eerste liefde, Liefde eerst
Het was ongewoon guur weer voor de eerste week van april. Niet dat iemand verwachtte dat het nu 30 graden zou zijn in het noorden van Engeland, maar het was de laatste dagen zo koud, dat niemand raar zou opkijken als het zou beginnen sneeuwen. Meestal waagden de leerlingen van Zweinstein zich rond dit moment in het jaar wel eens aan een buitenshuise lunch – weliswaar met een dikke jas aan – maar in deze kou bleven de velden rond het kasteel leeg. Niemand die zin had om de regen en kou te trotseren en het risico te lopen om ziek te zijn op het Voorjaarsbal, dat die zaterdag zou plaatsvinden. De Verweer-Tegen-De-Zwarte-Kunsten professor van het moment, een kalende man die door het leven ging als Gregory Gnitter, had in zijn vroegere jaren nog dansles gegeven en had schoolhoofd zover gekregen dat hij een bal mocht organiseren om de leerlingen de kans te geven de basisprincipes die hij ze aangeleerd had, te demonstreren. Tot verrukking van de meisjes en grote ergernis van de jongens kwam van Verweer tegen de Zwarte Kunsten tegenwoordig bitter weinig terecht in de lessen van Professor, tenzij de Dooddoener in kwestie zou instemmen in een tapdanswedstrijd om een gevecht te beslechten, iets wat niet bijzonder aannemelijk was.
Het aankomende bal had bij een hoop leerlingen de hormonen overwerk gegeven. Meer dan ooit waren de gangen gevuld met groepjes giechelende meisjes die in troepen van drie of vier stonden te roddelen over wie met wie naar het bal zou gaan en of de jongen van hun dromen hen zou meevragen. Suzanna was niet een van die meisjes. Ze had wel betere dingen te doen dan gangpaden te blokkeren en uit te maken of zalmroze in of uit was. Dat wilde echter niet zeggen dat ze geen stille hoop had dat ze gevraagd zou worden door die ene speciale jongen…
“He Suzie!”
Suzanna was net de aankondiging van het bal voor die tienduizendste keer aan het lezen. Het was net alsof ze het stukje perkament met bloedrode inkt niet kon passeren zonder ten minste een blik op de titel te werpen. Ze keek achter zich en zag Thomas naar haar zwaaien, met zijn ene hand wanhopig proberend om de grote stapel boeken die hij vasthad, in evenwicht te houden. Het was geen ongewoon zicht, Tommy liep altijd rond met ten minste één boek in de hand, alsof hij verwachte dat hij elk moment kon vast komen te zitten en iets nodig zou hebben om zich bezig te houden.
“Hoi Tommy.”
Zij was de enige die hem zo mocht noemen, maar dat kwam omdat ze hem al kende van toen iedereen hem nog zo noemde. Ze woonden al heel hun leven naast elkaar en speelden als kind altijd samen. Ze scheelden maar een paar maanden, en soms leek het wel of ze een tweeling waren. Ze kenden elkaar door en door en konden alles aan elkander kwijt. Toen ze allebei naar Zweinstein kwamen, werden ze echter gescheiden. Hij werd een Ravenklauwer, zij een Griffoendor.
“Ken je dat ding nog niet vanbuiten?” grinnikte Tommy toen hij zag wat ze aan het lezen was. “Of dacht je soms dat als je hier maar vaak genoeg rondhing, Lucas op mysterieuze manier de ingeving zou krijgen je te vragen naar het bal?”
“Ssssst, niet zo luid!” vermaande ze hem meteen en ze keek snel rond zich om te zien of iemand zijn opmerking zou kunnen gehoord hebben. In het bijzonder iemand die het zou doorvertellen aan Lucas.
“Relax, niemand heeft het gehoord,” grijnsde Tommy bij het zien van haar reactie. Hij hield ervan haar te plagen met Lucas. Ze werd dan altijd knalrood en zo zenuwachtig dat het wel leek of iemand een muis had losgelaten in haar gewaad. “Wat een Griffoendor, zeg! Horen jullie niet moedig te zijn?”
Het tweede liefste ding dat hij deed: Haar plagen met het feit dat ze zich niet altijd thuis voelde in Griffoendor. Hij wist dat ze het haatte, maar hij kon het gewoon niet laten.
“Och, kop toe!” mompelde ze, maar hij wist dat ze het niet meende want ze gaf hem een speelse stomp in de zij, zodat zijn boeken alsnog uit zijn armen vlogen en op de grond belanden.
“Je hebt je boeken laten vallen,” merkte ze compleet overbodig op, en deed niet eens moeite om de grijns op haar gezicht te verbergen.
Wacht jij maar, dacht hij wraaklustig, toen hij zich bukte en alle boeken weer begon op te stapelen. Hij hoefde niet lang te wachten om wraak te nemen, want toen hij terug ging staan, zag hij zijn klasgenoot en grote liefde van Suzie de Hal binnen komen.
“He! Lucas!” riep hij hem toe, en Lucas draaide zich vragend om. “Kom eens even?”
“Aaaah! Wat doe je?!” Suzanne klonk ronduit in paniek. Haar wangen werden roder dan ooit en ze leek vergeten te zijn hoe je regelmatig ademhaalt. Haar eerste ingeving – rennen! – werd onmogelijk gemaakt door Tommy, die de achterkant van haar gewaad vastgreep en haar tegenhield.
“Oh nee, jij gaat nergens heen! Dit is je kans, meid!” siste hij snel voor Lucas ben hen kwam staan. Hoewel ze in dezelfde klas zaten, was Lucas een kop groter dan Thomas. Het was een aardige kerel, rustig en vriendelijk. Hij moest toegeven dat Suzie wel smaak had in jongens. Op Dieter na vorig jaar, was ze steeds op leuke jongens gevallen. Dat weerhield hem er echter niet van zich toch steeds wat zorgen te maken over haar.
“Ja?” vroeg Lucas toen hij hen bereikte.
“Suzie wilt je wat vragen,” zei Tommy voor hij zich snel uit de voeten maakte. Hij zag nog net de furieuze blik die Suzanne hem toewierp na deze vuile streek en moest luidop lachen.
Een uurtje later wandelde Tommy een beetje nerveus naar Toverdranken. Hij had noch Suzanne, noch Lucas gezien sinds hij ze alleen achtergelaten had in de Hal, en hij was benieuwd naar hoe het gesprek was verlopen. Als Lucas haar had afgewezen voor het bal, zou Suzie het hem nooit vergeven. Of toch niet tot ze een nieuwe vlam had.
Suzie was er nog niet toen hij zich voor de deur van Toverdranken bij de reeds aanwezige leerlingen voegde. Ook Lucas was nog nergens te bespeuren. Als hij haar maar niet afgewezen heeft, dacht hij nerveus. Hij kon het niet aanzien als ze verdrietig was. Dan kwam ze bij hem uithuilen en had hij er altijd een hele job aan haar weer wat op te vrolijken. En opeens, terwijl hij daar stond te denken aan die tranen op haar zachte gezichtje, werd hij overspoelt door een heel ander gevoel. Opeens wenste hij vanuit de grond van zijn hart dat hij haar wél afgewezen had, gewoon zodat ze dicht bij hem zou zijn…
Tegen de tijd dat Suzie eindelijk toekwam bij Toverdranken en zijn naam riep, was hij zo verward dat hij niet eens meer wist of hij hoopte dat ze blij of verdrietig was als hij zich omdraaide. Toen hij echter die gigantische lach op haar gezicht zag, kon hij zich niet meer voorstellen dat hij ooit gewenst had dat ze triest was. Zo zag hij haar ongetwijfeld het liefst: Gelukkig.
“En? Hoe ging het?” vroeg hij voorzichtig.
“Hij zei JA!” barste ze los, “Hij zei dat hij al van plan was geweest me te vragen maar niet goed durfde!” Ze stond bijna te springen van vreugde en haar enthousiasme was aanstekelijk.
Hij lachte ook en zei: “Zie je nou wel? Gewoon je stoute schoenen aan trekken.”
“Dank je Tommy,” zei ze gemeend, en gaf hem een dankbare knuffel, iets wat ze al zo vaak gedaan had, maar opeens zo speciaal was. En met haar tegen zich aangedrukt, was het allemaal opeens zo duidelijk.
Vijfentwintig jaar later
“Papa?”
Tommy liet zijn krant een beetje zakken en zag zijn oudste dochter voor hem staan. Ze hadden vorige week haar twaalfde verjaardag gevierd, en hij kon niet geloven hoe snel ze opgroeiden.
“Ja, Jasmine?”
Ze haalde het fotokadertje dat normaal gezien op de piano stond, van achter haar rug en stak het naar hem uit. “Wie is die mevrouw op die foto eigenlijk?”
Hij pakte Jasmine onder haar oksels op en zette haar op zijn knieën, haalde de bril uit zijn borstzakje, zette hem op en bekeek de foto.
“Dat,” zei hij, “is Suzanne. Ze was mijn buurmeisje toen ik nog bij oma en opa woonde. Ze was mijn beste vriendin.”
“Zoals ik en Anika?” vroeg Jasmine.
“Ja precies, zoals jij en Anika.”
“Wie is die meneer?” Met haar vinger wees ze naar de man in het deftige kostuum die naast zijn kersverse bruid stond.
“Dat is de man van Suzanne. Deze foto is genomen op hun huwelijksdag. Hij was een klasgenoot van mij, op Zweinstein.”
“Ooh.”
Even bleef het stil, en toen besloot Jasmine dat ze lang genoeg stil gezeten had. Ze gleed van zijn schoot en vroeg: “Mag ik buiten gaan spelen?”
“Ja, maar alleen in de tuin.”
“Oke,” zei ze vrolijk en ging haar springtouw halen.
Tommy bleef achter met de foto van Suzie en Lucas. Tegen de tijd dat hij beseft had was ze voor hem betekende, was het te laat geweest. Na het bal hadden Suzie en Lucas een relatie aangeknoopt, en uiteindelijk was ze met hem getrouwd. Ondanks het advies dat hij zelf aan Suzie gegeven had, had hij nooit de moed gevonden haar te vertellen wat hij werkelijk voelde, bang dat hun vriendschap eronder zou leiden, bang dat ze nooit meer op dezelfde manier met elkaar zouden kunnen omgaan. En uiteindelijk raakte hij ook over haar heen. Hij ontmoette de moeder van zijn kinderen, van wie hij zielsveel hield en door de jaren verwaterde het contact met Suzie. Maar hoewel hij haar al zolang niet meer gezien had, wist hij nog precies hoe ze was. Hoe ze praatte, hoe ze lachte, hoe ze nadacht, hoe ze huilde. Hij zuchtte. Het is waar wat ze zeiden: Je eerste liefde vergeet je nooit meer. |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Zo Sep 21, 2008 19:33 |
 |
Verloren hoop
Een koude wind waaide langs me heen, mijn lange haren werden in mijn gezicht geslagen en mijn lichaam trilde. Ik wilde schreeuwen en schelden, maar geen enkel geluid verliet mijn lippen. Alles werd opgeslokt door een eenzame duisternis. Ik kon me niet meer herinneren hoeveel tranen ik had gelaten, maar wat deed het ertoe? Het had niets uitgemaakt. Mijn gedachten geleden weg, terug naar toen.
31 december, 2005
Ik had geen oog voor de prachtige versieringen in de grote zaal. De kerstbomen vielen in het niets bij haar betoverende ogen. En toch durfde ik het haar niet te vertellen. Mijn lichaam trilde toen ik stond te wachten, vandaag zou ik eindelijk de kracht vinden om haar de waarheid te vertellen. Toen ik plotseling een stem mijn naam hoorde roepen draaide ik me om. Daar kwam ze, haar zwarte haren bewogen mee met haar rennende beweging. Haar groengrijze ogen stonden vrolijk en toen ze bij me was pakte ze mijn hand vast en trok me mee naar buiten. Bijna ging ik onderuit omdat ik hier totaal niet op gerekend had, maar ze lachte alleen maar. Toen we uiteindelijk honderden meters bij het kasteel vandaan waren stopte ze en keek me met een grijns aan. “Jouw conditie is ook niets,” zei ze lachend toen ze zag hoe ik op adem probeerde te komen.
“Ik heb het ook nooit nodig gehad met mijn lichaamsbouw,” kaatste ik snel terug.
“Dat is waar, je hebt een goddelijk lijf.”
Ik voelde dat ik begon te blozen toen ze dat zei. Toen ze me plagerig een tik op mijn bil gaf wist ik even niet wat ik moest zeggen. Maar voordat ik de kans kreeg om mezelf te verdedigen voelde ik een ijskoude hoop mijn shirt in glijden en ik gaf een gil van schrik. “Kreng!” gilde ik kwaad en ik pakte een hoopje sneeuw op en gooide het richting haar. Helaas, mis. Ik probeerde haar te pakken te krijgen, maar ze was te snel en ontweek me met gemak. “Oke, ik geef het op,” zei ik uiteindelijk. Ik leunde met mijn handen op mijn knieën om op adem te komen en sloot mijn ogen even. Ik liet mezelf zakken en ging zitten, dat de sneeuw ijskoud aanvoelde maakte me even niets uit. Toen er een schaduw op me viel keek ik omhoog en zag haar staan, ze stak haar hand uit en die pakte ik aan. Maar toen ze me omhoog wilde helpen gaf ik tegengas. Door de tegenwerkende krachten viel ze en ik voelde haar gewicht op me belanden.
Minutenlang keken we elkaar zwijgend aan. Het voelde alsof mijn hart stilstond, haar ogen zorgden ervoor dat ik langzaam leek te verdrinken. Maar het voelde aan als een mooie verdrinking. Zachtjes boog ik mijn hoofd naar haar toe. Haar lippen waren zacht en warm en ze verwelkomde me met haar tong. Dit gevoel zou ik nooit meer vergeten. Mijn eerste kus deelde ik met het meisje dat ik altijd al had gewild. Wat kon de rest van de wereld me nog schelen, zolang zij maar bij me was.
Zelfs nu proefde ik haar zachte lippen en haar warme mond nog. Na die drie lange jaren. Ik probeerde een gevoel aan mezelf te geven, maar niets kwam eruit. Voelde ik nog wel wat? Ja, leegte. Alles in me was leeg, alsof mijn ziel er langzaam uit was gezogen. Langzaam veegde ik de tranen uit mijn ogen. Ik realiseerde dat mijn eyeliner een volledige ramp was geworden, maar wat deed het er nog toe? Zij had het altijd mooi aan me gevonden, donker omrandde ogen, ze kon me alleen maar lachend aankijken en een kus op mijn neus duwen als mijn make-up was uitgelopen. Zelfs als ik chagrijnig was geweest had ze een kleine glimlach om mijn lippen kunnen toveren. Zelfs die ene dag was het haar gelukt…
14 juli 2006
Hoewel de hele dag al perfect was geweest bleef het rare gevoel in mijn lichaam hangen. Ik kon het onmogelijk verklaren en probeerde het zo goed mogelijk voor haar te verbergen. Het was al laat in de middag en op een rustig tempo liepen we richting het restaurant waar zij gereserveerd had. “Over twee weken zijn we weer terug, terug op Hogwarts,” zei ze plotseling.
“Geweldig, nog harder studeren om het jaar te halen.”
“Ah kom op, het wordt ons laatste jaar. Het wordt vast geweldig!”
Ik keek haar aan, ze was zo optimistisch over dingen. Soms vroeg ik me af hoe dat mogelijk was. Niet dat ik ongelofelijk pessimistisch was, maar zelfs op de zwaarste momenten zag zij het positief in. “En vergeet niet dat we dit jaar samen ingaan.” Ik sprong bijna een halve meter in de lucht toen ze plotseling in mijn oor fluisterde. Ze grijnsde en duwde vlug een kus op mijn lippen, daarna trok ze me mee het restaurant in.
Het eten was heerlijk en onze gesprekken waren vol hoop en moed, maar het nare gevoel bleef in me hangen. Het begon nu langzaam met schemeren en hand in hand liepen we door het park heen, op weg naar mijn huis. Ik werd afgeleid door snelle voetstappen. Ik stopte draaide me om en verstijfde. Elke vezel in mijn lichaam stond stil. Een schot. Een onbeschrijfelijke pijn vulde mijn lichaam en een haat die ik nog nooit had gekend. Ik zakte op mijn knieën, naast haar neer. Ik kon niet spreken en het feit dat er een pistool op me gericht was deed me niets. Ik kon het niet begrijpen, waarom had ze het niet laten gebeuren? Waarom had ze zich opgeofferd voor mij? “Stomme trut,” fluisterde ik uiteindelijk zachtjes. Tranen prikte in mijn ogen. Ze glimlachte naar me en ik zag hoeveel pijn ze had. “Ik hou ook van jou,” fluisterde ze met een wat hese stem.
“Waarom deed je dat?”
“Zoals ik ooit zei, je hebt een goddelijk lichaam. Zonde als dat vergaat.”
Ondanks dat ik alleen maar pijn voelde was er even een lichte glimlach te zien op mijn gezicht. Zelfs nu zag ze het positieve er nog in. Ik hoorde een kleine klik en langzaam keek ik op. Er stond een man voor me, het pistool was op me gericht en er was een maniakale blik in zijn ogen te zien. Iets knapte er in me en de haat vulde alles op. Langzaam stond ik op, mijn hand reek naar mijn binnenzak en zonder de man aan te kijken richtte ik mijn wand. “Crucio.” De woorden kwamen er zacht, maar krachtig uit. De man schreeuwde het uit en het kon me niets schelen. Luide knallen, ik voelde hoe mijn wand uit mijn handen vloog, ik bood geen weerstand en het geschreeuw hield op. Ik werd vastgegrepen, maar ik rukte me los toen ik haar weer zag liggen. Ik zakte naast haar neer, tranen stroomden over mijn gezicht heen en er was een stilte om me heen. “Ga alsjeblieft niet weg,” fluisterde ik zacht.
“Ik zal altijd bij je zijn, dat weet je.”
“Nee, niet op die manier,” de wanhoop klonk duidelijk door in mijn stem.
“Ik hou van je.”
Ik voelde mezelf in duizend stukjes breken toen ze die woorden zei. Ik keek op, de mensen om me heen deden niets. “Doe dan iets!” schreeuwde ik. Er werd een hand op mijn schouder gelegd. “Het is te laat.” Een schreeuw van wanhoop verliet mijn mond en ik pakte haar handen vast. Ze waren ijskoud en toen ik haar aankeek sierde een glimlach haar gezicht. “Ik hou van je, verlaat me alsjeblieft niet,” fluisterde ik snikkend.
“Dat was nog het enige wat ik wilde horen. Ik zal altijd van je houden mijn lief. Onthoud dat, oke?”
“Nee, blijf alsjeblieft!”
Maar het was allemaal ijdele hoop. Ik voelde het laatste beetje leven uit haar wegtrekken en het voelde alsof mijn ziel mee werd getrokken. Ik huilde, maar het hielp allemaal niet. Ze was er niet meer.
Haar woorden klonken nu nog in mijn hoofd. De tranen sprongen in mijn ogen en ik liet ze gaan. Een paar extra tranen konden er wel bij. Zelfs na drie jaar miste ik haar nog. De rest van de wereld kon me niets schelen. Want met haar had ik alles gedeeld. Mijn eerste kus was met haar, mijn eerste intieme ervaring, mijn eerste hoop om oud te worden met iemand, mijn eerste keer zonder schaamte toegeven wat ik voelde, mijn eerste echte liefde en mijn laatste liefde.
Mijn ziel was gestorven met die van haar, ik had geprobeerd van een ander te houden, maar het was niets geworden. De woorden van mijn vader klonken nog in mijn hoofd, ik was een jonge vrouw en moest doorgaan met mijn leven. Er waren mensen die van me hielden, een man die van me hield en die verder met me wilde. Maar wat deed het er nog toe? Het proces om me vrij te krijgen, de urenlange gesprekken om alles weer op een rijtje te krijgen, het had me niets gedaan.
Maar vandaag zou ik me weer bij haar voegen, ze wachtte al te lang op me. De sirenes onderaan het gebouw hoorde ik niet toen ik de laatste stap zette. Haar warme armen omhelsde me, haar zachte mond streelde die van mij en onze lichamen waren al verstrengeld. Ik was allang gestorven, drie jaar geleden toen zij van mij was ontnomen. Maar nu had ik niets meer te vrezen en ik was zielsgelukkig. |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Ma Sep 22, 2008 18:52 |
 |
Spinnenliefde
Egypt. The place where dreams come true.
Dat was de tekst die vandaag op haar T-shirt stond. Het was een gewoon shirt, met korte mouwen, waar haar smalle armen uitstaken. Hij was niet dichtbij genoeg om het zeker te weten, maar hij raadde dat ze naar rozen rook. Haar lange, blonde haar hing in een vlecht op haar rug en er stak een toverstok uit haar broekzak. De stok was goed zichtbaar en waarschijnlijk hadden al een paar dreuzels er vragen over gesteld. Haar ogen waren zwart, niet eens donkerbruin, maar gewoon gitzwart. Verder had ze een uitdagende houding, die in combinatie met haar excentrieke uiterlijk en toverstok duidelijk maakte dat ze een heks was.
Ron Wemel had er dagen over gedaan om haar te bestuderen. Bij verschillende tempels had hij haar gezien en ze had veel aandacht voor de donkere plekken, waardoor hij haar ongestoord aan kon gapen. Hij had al vaak naast haar gestaan, maar nooit de moed kunnen opbrengen om te vragen hoe ze heette. Ron wist niet eens of ze Engels, Iers, Duits of Schots was. Misschien kwam ze wel gewoon uit Egypte of uit Nederland. Frankrijk zou ook nog kunnen.
‘Bij deze tempel heeft Ordionus de Bange een basilisk gedood in driehonderdzevenenveertig,’ dreunde de gids op en hij deed geen moeite om de dertig mensen die naar hem behoorden te luisteren aan te kijken.
Ron keek naar het meisje en zag haar tot zijn verbazing even rillen.
‘Sorry, zei u basilisk?’ zei ze rustig, maar in een stem klonk een trilling door. Haar Engels was perfect, dat wist Ron allang, en dat wilde niks zeggen.
De gids keek naar zijn voeten, terwijl hij haar antwoord was. ‘Dat is juist. We gaan de tempel in. Geen zorgen, ik bescherm u. Er is al veel jaar… jaren… jaar niks gebeurd.’
Het was overduidelijk dat de goeie man amper Engels sprak buiten zijn ingestudeerde zinnetjes en Ron zag dat Fred en George met hun ogen rolden. Maar zijn aandacht was al snel afgeleid, want het meisje begon achteruit te lopen.
‘Eh, sorry meneer, ik voel me niet zo lekker… ik blijf denk ik even hier.’
Op dat moment kwam er een spin uit de tempel gekropen. Hij liep gewoon over de muur heen, richting Ron. Nu was het zijn beurt om haastig een stap achteruit te doen. ‘Ikke… ik blijf ook wel hier,’ stamelde hij, zijn ogen gericht op de spin. Wie weet hoeveel van die enge beesten daarbinnen zaten!
Fred en George grinnikten even, maar voor ze flauwe grappen konden maken, had mevrouw Wemel ze al naar binnen geduwd. Met een onzacht ‘Wees voorzichtig en haal geen gekke dingen uit!’ wat iedereen kon horen, ging ook zij de tempel in. Haar man volgde samen met zijn oudste zoons en Ginny.
Een tijd lang stond Ron zwijgend naast het meisje, in de gaten houdend of er spinnen uit de tempel kwamen. Er kwamen er nog drie, de één nog groter dan de ander en Ron huiverde bij hun aanblik. Hij vond ze echter minder eng toen hij de aanblik van het meisje in zijn rug voelde branden.
‘Houd je niet van spinnen?’ zei ze zacht.
Ron keek haar verrast aan en antwoordde zo stoer mogelijk: ‘Dat valt wel mee, hoor. Spinnen zijn nuttige wezens die – AAAAAHHH!’ Een van de spinnen had de kans gezien om zich op zijn schoen te laten vallen. Zijn stoere houding compleet vergetend, trapt Ron hard in de lucht en de spin verdwijnt.
‘Ik vind spinnen niet eng,’ merkte het meisje op. ‘Wat is je naam eigenlijk? Ik bestudeer je al dagen, maar er komt geen naam bij me op.’
‘Ron. Ron Wemel. En hoe heet jij?’ Eindelijk durfde hij het te vragen, nu hij een enorme blunder gemaakt had.
‘Cleo,’ zei het meisje rustig, maar ze gaf haar achternaam niet. ‘Waarom houd je niet van spinnen?’
Het verhaal over Fred die ooit eens een knuffelbeer in een spin omgetoverd had, leek Ron nou niet echt de meest heldhaftige verklaring. ‘O gewoon, ik… ik eh….’ Maar hij kon niks goeds verzinnen. Hij had het gevoel alsof niks indruk op haar maakte.
‘Ik heb iets tegen de basilisk,’ onderbrak Cleo hem met haar zelfverzekerde stem. ‘Ik heb geen idee wat, maar ik krijg al de drang om weg te rennen als ik de naam “basilisk” hoor. Mag ik je een verhaal vertellen? Het is niet echt gebeurd, maar we hebben toch niks te doen.’
Ron knikte alleen maar en staarde gebiologeerd naar haar gezicht. Hij merkte dat zijn mond open hing, maar deed geen poging hem te sluiten.
‘Er was eens een meisje, een jong, knap meisje. Haar ogen waren zo mooi en iedereen die recht in haar ogen keek, was haast betoverd van haar. Op een dag, toen ze tien jaar oud was, ontmoette ze een jongen. De jongen werd verliefd op haar, maar ze vond hem niks.’
‘Hoezo niet?’ vroeg Ron, die nu al spijt had dat hij naar een liefdesverhaal zat te luisteren.
‘Ik denk dat ze hem niet aardig vond. En bovendien was ze tien jaar, te jong voor liefde. De jongen schatte haar veel ouder en wilde verkering met haar. “Dat moet ik eerst aan mama en papa vragen,” antwoordde het meisje, die niet eens wist wat verkering was.’
‘Hij had toch wel kunnen zien dat ze jonger was? Waarom zei ze dan niks?’ onderbrak Ron haar.
‘Hij zag het blijkbaar niet en zij zei niks omdat ze tegen hem opkeek. Maar hij werd zo boos om haar antwoord dat hij zijn toverstok pakte en een vloek uitsprak – ja Ron, nu komt het gedeelte wat jij leuker zult vinden.’ Ze glimlachte even onheilspellend en ging verder met haar verhaal. ‘Hij zei: “Kind, als jij ooit verliefd op iemand wordt, als je ooit iemand wilt kussen, zul je veranderen in een walgelijk wezen. In een grote, harige, giftige spin die kan tapdansen. Niemand zal ooit van je houden.” En na die dag verdween hij. Het meisje was zo bang dat ze nooit verliefd werd op iemand. Tot ze op een dag een jongen ontmoette die ze wel leuk vond, jaren later.’
‘En toen?’ vroeg Ron ongeïnteresseerd, omdat het verhaal toch weer romantisch dreigde te worden.
‘En toen niks. Verder ken ik het verhaal niet,’ antwoordde Cleo met een glimlachje.
‘Ook waardeloos, een verhaal zonder einde,’ mokte Ron.
Cleo’s glimlach werd een stuk breder. ‘Je kunt het einde toch zelf invullen? Maak ervan wat jij wilt. Dat zei mijn moeder ook altijd tegen mij wanneer ze mij dit verhaal vertelde.’
‘Ben jij een heks, Cleo?’ Ron besloot op een ander onderwerp over te stappen, want een romantisch verhaal vond hij niet bepaald leuk.
‘Zijn er dan dreuzels mee met deze excursie?’ lachte ze. Maar ze lachte met haar mond dicht, zodat hij haar tanden niet te zien kreeg. Die waren vast stralend wit, gokte hij.
‘Dat verhaal met die spin… jij zei dat het niet echt gebeurd was… maar… maar…’
‘… zou het echt kunnen gebeuren?’ maakte Cleo zijn zin af. ‘Hm, ik weet het niet. Misschien wel, misschien niet. Ik heb in elk geval nog nooit iemand gesproken die met een spin gezoend heeft. Jij wel?’
‘Nee,’ moest Ron toegeven en hij voelde zich wat meer gerustgesteld. Even was hij een visioen waarin hij zijn eerste kus kreeg en een spin opeens –
‘Nou dan. Gemeen van me, hè, om dit verhaal te vertellen terwijl je bang bent voor spinnen.’
‘Ja, heel gemeen! Zal ik eens iets vertellen over een basilisk?’
‘Alsjeblieft niet.’
‘Vorig jaar op school heeft mijn beste vriend een basilisk gedood, die vlakbij een meisjestoilet woonde,’ vertelde Ron met een lach.
‘O, daar had ik iets over gelezen! Zweinstein, toch?’
Ron knikte.
‘Ik krijg thuis les,’ verklaarde Cleo, maar ze zei niet waarom. Haar ogen bleven even op Ron hangen. ‘Wat zou ik ook graag naar school willen… maar dat gaat nou eenmaal niet. Mijn ouders zijn bang dat –’
Verbaasd keek Ron haar aan. Stond die zelfverzekerde Cleo hier nou te stotteren?
‘Nou ja, het is niet anders,’ zei Cleo, die zelf ook door leek te hebben dat ze niet zichzelf was. ‘Ben jij wel eens verliefd geweest, Ron?’ veranderde ze van onderwerp.
‘Eh…’ Over die vraag moest Ron even nadenken. Hij had wel eens iemand leuk gevonden en misschien vond hij één iemand wel heel erg leuk op school, maar ze konden geen van allen tegen Cleo op. ‘Eerlijk gezegd denk ik dat ik… dat ik nu verliefd ben.’ Hij voelde zijn gezicht dieprood kleuren en in gedachten schold hij op zichzelf, omdat hij dit zo lomp gezegd had.
‘Je vindt mij leuk.’ Cleo’s stem klonk zelfverzekerd, alsof er geen twijfel over dat feit bestond. En die twijfel was er ook niet. ‘Ik ben nog nooit verliefd geweest,’ vertelde ze, ‘en ik kon de gevoelens die ik de laatste paar dagen had ook niet verklaren. Ergens vond ik het eng, maar nu besef ik dat het heel normaal is. Als we ooit trouwen, help ik je voor je angst van spinnen af.’
Ron voelde zich opzwellen bij de gedachte aan trouwen. Hij zag Cleo al lopen met een prachtige bruidsjurk aan – hoewel ze waarschijnlijk liever in een spijkerbroek trouwde.
Hij zag zichzelf al prachtige bloemen aan haar geven en hij glimlachte. ‘Deal.’
Op dat moment pakte ze zijn schouders vast en bracht haar lippen naar de zijne. ‘Misschien,’ fluisterde ze en hij had geen idee wat het bekende. Haar lippen raakten de zijne en op dat moment gebeurde het…
Heel snel, als een bliksemflits, veranderde Cleo. Haar lichaam strekte zich uit, kleurde zwart en werd vervolgens kleiner. Ron schreeuwde en sprong achteruit; voor hem stond een spin van ruim een halve meter hoog. In een flits dacht hij aan het verhaal van Cleo. Waarom had ze het hem verteld? Waarom had ze gezegd dat het niet echt gebeurd was?
Trillend sprong hij achteruit. En Cleo veranderde weer terug in een mens. Haar stem trilde toen ze zachtjes dat ene woord zei: ‘Sorry.’
Ron stond daar, lijkbleek en niet in staat om iets te zeggen.
‘Het spijt me,’ zei ze, terwijl Ron steeds verder achteruit deinsde. ‘Echt waar. Ik dacht dat… dat als ik jaren niks om iemand zou geven, dat de betovering verbroken zou zijn… ik wist niet… Het spijt me zo, Ron…’
Ron keek haar nog even recht aan en rende toen naar de tempel toe. Met trillende benen sprintte hij weg in het donker.
Hij had nu in elk geval een goed verhaal als iemand zou vragen waarom hij zo bang was voor spinnen, bedacht hij. Maar dat was slechts een schrale troost. Zijn liefde voor haar was over, hij voelde het. Hij kon niks hebben met een spin of een spinachtig iemand. Zelfs niet met Cleo.
Er drupte een traan uit zijn ooghoek, die hij al rennend wegveegde. Dit zou hij nooit aan iemand vertellen. En hij zou ook nooit zoenen met iemand die hij niet goed kende, beloofde hij zichzelf. Zoenen was walgelijk.
En toen hij eindelijk een lichtje zag in de gang, veegde hij zijn tranen weg. Iets ergers dan dit kon er nooit meer gebeuren.
Egypt. The place where nightmares come true. |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Ma Sep 22, 2008 18:57 |
 |
Spiegelliefde
Er klonk gestommel op de eikenhouten trap en de zwartharige vrouw die op de bank een tijdschrift zat te lezen keek verstoord op. Haar vijfjarige zoontje stormde met tranende oogjes de kamer binnen, gevolgd door een schattig blond meisje. Ze giechelde zachtjes en haar blauwe oogjes twinkelden vrolijk.
“Mama! Marise zegt dat er buiten draken zijn!” jammerde Olivier Plank. Marise giechelde nog een keer en keek Planks moeder met een onschuldig gezichtje aan.
“Lieverd, de draken die buiten zijn zitten veilig opgesloten in een grote kooi. Die kunnen lieve, onschuldige kindjes zoals jullie niet aanvallen.”
Ze omhelsde haar zoontje en hun buurmeisje, die bijna elke dag bij hen over de vloer kwam. Ze stamde af van een oud en bloedzuiver geslacht, maar haar beide ouders hadden ruzie met de rest van de familie. Olivier werkte zich los uit de greep van zijn moeder en wreef de tranen uit zijn bruine oogjes. Marise gaf mevrouw Plank een zoentje op haar wang en huppelde toen vrolijk naar de bezemkast toe, Olivier meetrekkend.
Mevrouw Plank keek nog even vertederd naar de twee vrienden, die zich verdrongen om als eerste bij het speelgoed te zijn. Ze was er zeker van dat ze zouden gaan Zwerkballen, al was het alleen maar met twee kleine speelgoedbezems. Ze gingen niet verder dan een meter boven de grond, al was ze er zeker van dat Olivier popelde van verlangen om op een echte bezem te mogen zitten. Hij was verzot op vliegen en wilde dolgraag boven alles uitkijken.
Mevrouw Plank pakte haar tijdschrift weer op en begon weer te lezen. Het tijdschrift wijdde uit over kalverliefde op jonge leeftijd, iets waar zij heilig in geloofde. Ze had immers het levende voorbeeld voor zich. Haar zoontje was een echte rakker, maar was dol op Marise. Ze hadden weliswaar vaak ruzie en schreeuwden elkaar dan toe dat ze elkaar nooit meer wilden zien, maar nog geen vijf minuten later keek Marise weer schuchter om de hoek en nog enkele minuten later waren ze weer vrolijk aan het Zwerkballen.
Mevrouw Plank zuchtte zachtjes en legde het tijdschrift weer weg. Ze stond op, liep naar het raam en keek voorzichtig naar buiten. Op het veldje achter hun huisje waren Olivier en Marise aan het vliegen, terwijl ze samen een bal heen en weer gooide. Olivier haalde zijn leukste trucjes uit voor Marise, die er elke keer om bleef lachen. Mevrouw Plank wist echter dat er een tijd zou komen dat Marise niet meer om de trucjes zou lachen en dat Olivier meer zou moeten doen om haar vriendschap te winnen. Als zijn moeder dacht ze daar liever niet aan, omdat ze wist dat Olivier daar moeite mee zou gaan krijgen. Maar dat hoort bij het leven, dacht ze verbitterd.
Ze keek naar een bewegende foto op de vensterbank en kreeg spontaan tranen in haar bruine ogen. Op de foto stonden drie mensen, intens gelukkig glimlachend en zwaaiend naar de camera. Haar man leek daar gelukkiger dan ooit tevoren, maar haar aandacht werd getrokken door de man in het midden. Zijn haar was al bijna helemaal verdwenen en de ouderdom begon bezit van zijn lijf te nemen. De tranen stroomden inmiddels over de wangen van mevrouw Plank, maar ze trok zich er niets van aan. Ze pakte de foto op en drukte een kus op de foto. Haar vader was twee maanden geleden overleden, gewoon van ouderdom. Hij had zo verschrikkelijk veel op Olivier geleken, maar dat besefte hij niet. Daarvoor was hij al te ver heen geweest. Mevrouw Plank keek in de spiegel aan de wand en glimlachte wrang. Het was net alsof haar vader weer leefde, zo vrolijk keek hij haar aan vanuit de spiegel.
Tien jaar later liep de vijftienjarige Olivier Plank langzaam door de gangen van Zweinstein. Hij kwam van de bibliotheek vandaan en was diep in gedachten verzonken. Zijn gedachtes zaten bij een intrigerend boek over Zwerkbal. Wat anders. Hij probeerde zich met boeken af te leiden van zijn diepe verdriet, de rouw om zijn lieve meisje. Olivier bromde wat en liep wat sneller verder. Zijn voetstappen klonken hol door de verlaten gang, terwijl de vlammen in de spelonken flikkerden.
Plots knalde hij tegen iets massiefs en hij viel achterover op de grond. Hij wreef even over de pijnlijke plek op zijn voorhoofd en keek toen op. Hij was tegen een gigantische deur opgelopen, die blijkbaar niet van plan was geweest opzij te gaan. Er hing een verroest hangslot om de deur, maar dat probleem viel op te lossen. Olivier was tamelijk nieuwsgierig naar wat zich achter de deur bevond en kraakte met een simpele spreuk het slot. Hij gooide zijn volle gewicht tegen de deur en die ging krakend open. Hij stak zijn hoofd voorzichtig om de hoek en sperde zijn ogen wijd open van verbazing.
De kamer was een leeg klaslokaal. Er lagen dikke lagen stof op de banken en hij hoorde ergens een groep muizen wegvluchten. Maar zijn aandacht werd getrokken door een immense spiegel tegen de wand. De spiegel leek sprekend op de spiegel die korte tijd bij hen thuis in de woonkamer had gestaan. Hij liep er verbijsterd naar toe en keek er in. Zijn ogen schoten vol tranen.
In de spiegel zag hij zichzelf. Een gelukzalige glimlach sierde zijn gezicht en achter hem stond een knap, blond meisje. Ze gaf hem een plagerig zoentje op zijn wang en legde haar hoofd op zijn schouder. Olivier stak zijn hand uit om haar gezicht aan te raken, maar hij kwam niet verder dan het harde oppervlak van de spiegel. Marise keek hem glimlachend aan en streek met haar hand over zijn hoofd. Hij voelde zijn wang vochtig worden en zijn knieën begon te knikken.
Hij zette af van de grond en voelde de wind om zijn oren gieren. Marise riep hem iets toe van boven, maar hij glimlachte alleen maar en vloog naar haar toe. Haar ogen twinkelden, ze vond dit geweldig. De grond lag ver onder hen en toch voelde hij zich veilig. Hij zette zijn bezem aan en schoot naar de doelpalen. Marise volgde hem langzaam en bleef een stuk voor hem hangen. Ze had de Slurk in haar handen en een spaarzame glimlach op haar gezicht. Ze concentreerde zich en legde aan voor haar eerste gooi. Ze hief haar arm op en wilde net gooien, toen er iemand het veld op rende. Olivier keek verbaasd naar beneden en hoorde de onbekende persoon iets roepen. Marise werd bleek en keek hem verschrikt aan. Ze leek in slowmotion haar evenwicht te verliezen en daarna langzaam naar beneden te tuimelen.
“Marise!” gilde hij. Hij schoot naar beneden om haar op te vangen, maar het was te laat. Marise smakte met een klap op de grond en bleef roerloos liggen.
Oliviers schouders schokten heftig en hij zakte door zijn knieën. Marise zakte met zijn spiegelbeeld mee en streek zijn haar uit zijn gezicht. Het was net of hij iets langs zijn wang voelde strijken en hij raakte snikkend de plek aan waar Marise hem aan had geraakt. Hij verlangde naar haar aanrakingen, naar haar zachte lippen op de zijne, naar haar lichaam, naar zijn allereerste liefde.
Olivier snikte nog zachtjes na en probeerde zijn tranen weg te vegen met zijn mouwen. Marise keek hem vanuit de spiegel glimlachend aan en wuifde hem vrolijk toe. Hij krabbelde overeind en gaf haar een kushandje. Toen liep hij langzaam naar de grote deur, duwde hem moeizaam open en keek nog één keer achterom. Morgen zou hij er weer zijn. |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Ma Sep 22, 2008 19:41 |
 |
Een onmogelijke droom
Het was een donkere nacht. Het zilveren licht van de maan vond nauwelijks haar weg door de hoge bomen, die zo dicht op elkaar stonden dat het wel leek alsof hun armen in elkaar vervlochten waren, als een hemel die je omhelst. Er was geen wind, geen zuchtje lucht dat de bladeren deed bewegen. Het enige dat gehoord kon worden, was het knapperen van het vuur, dat zijn schijnsel op de aanwezigen wierp.
Ze keek om zich heen. Iedereen stond onbeweeglijk, als een standbeeld. Niemand zei een woord. Haar ogen gleden achteloos over de gestaltes heen, sommige groot en fors, andere klein en tenger, en bleven even rusten op haar man. Ze trok haar neus even onmerkbaar op, haar lippen vertrokken lichtjes in een vreemde grimas. Met een zucht haalde ze haar hand langs haar voorhoofd, en voelde wat vochtigs. Achteloos bekeek ze haar hand; het vuurrode bloed stak tegen haar bleke huid af als een lieveheersbeestje dat over een blanke lelie kroop.
Voorzichtig richtte ze haar aandacht op degene die in het midden stond. Zijn bleke gelaat zag er zo mogelijk nog spookachtiger uit dan anders, zijn bloedrode ogen staarden naar de grond, zijn oren gespitst, in afwachting van degene die komen zou. Afwezig aaide hij met zijn magere, spinachtige vingers Nagini, die om zijn nek kroop. Hij siste zachtjes wat tegen de slang. De meeste mensen zouden het omschrijven als een afschuwelijk, monsterlijk gesis, maar zij niet. Zij vond het een sierlijke taal; het streelde haar oren. Hij was een échte erfgenaam van Zwadderich. Ze zuchtte even, durfde niet langer naar hem te kijken, en richtte haar ogen weer op de dansende vlammen…
De eerste keer dat ze van hem had gehoord, was er al iets in hem geweest dat haar op magische wijze had aangetrokken. Met gemak viste ze het beeld op uit haar geheugen, alsof ze het hoekje van een bepaalde pagina in een fotoalbum had omgevouwen…
Een zacht getik weerklonk. “Ik wil niet,” kreunde ze in haar slaap. “Nee, nu even niet…”
Tik, tik, tik. Gapend draaide ze zich nog eens om, sloeg de deken wat dichter om haar heen en sloot haar ogen weer.
Tik, tik, tik. Het geluid werd doordringender, ze kon er niet nog langer doorheen slapen.
Ze zuchtte even, wreef met haar handen in haar ogen en ging overeind zitten. Een grote, bruine uil wachtte ongeduldig voor het raam. Chagrijnig sloeg ze de groen met grijze deken van zich af, zette haar blote voeten op de ijskoude eikenhouten vloer en drapeerde een sjaal om zich heen. Met veel gekraak opende ze het antieke raam, dat zijn beste tijd wel had gehad. Een doordringende windvlaag kwam haar kamer binnen, en ze rilde even. Haar warme adem vormde wolkjes in de ijskoude lucht.
De uil trippelde naar binnen en stak zijn pootje uit. Mopperend smeet ze wat muntjes in het zakje, griste de krant weg en duwde het beest zonder pardon weer het raam uit. Snel kroop ze weer onder haar warme dekens en wierp een blik op de krant.
“Brute moord gepleegd op Dreuzels,” las ze zachtjes hardop. Geïnteresseerd keek ze naar de foto die erbij stond. Een knappe man keek haar aan, zijn zwarte haar zat perfect. Hij leek neutraliteit uit te stralen, maar diep in zijn ogen lag er wel iets verborgen...
Zonder er verder nog over na te denken had ze de zilveren schaar uit de lade van haar antieke kast gepakt, het artikel uitgeknipt en aan de muur gehangen, naast het zware banier van Zwadderich natuurlijk.
Dat was het begin van haar allesomvattende verzameling geweest. Haar wand raakte voller en voller, totdat er uiteindelijk zelfs geen glimp meer op te vangen viel van het oorspronkelijke, groenfluwelen behang dat ooit haar kamer had gesierd. Overal staarde het hooghartige, arrogante gezicht van Marten Vilijn, alias de Heer van het Duister, haar aan, en als er niemand in de buurt was, keek ze hem vol aanbidding naar hem. Hij was haar idool geworden, iemand die stond voor al haar idealen en ook nog eens zo knap was als je maar zou kunnen wensen.
Het ging haar ouders en vrienden niet onopgemerkt voorbij, maar ze keurden het niet af, integendeel, ze waren trots op hun knappe dochter, een échte Zwadderaarster, in zulke sterke mate toegewijd aan hun idealen.
Zodra ze van Zweinstein af was, had ze zich bij hem en zijn volgelingen aangesloten. Ze wist nog goed hoe ze naar een verlaten huis had toe gemoeten, en hoe ze hem daar eindelijk had ontmoet. Hij had haar geamuseerd en intens aangekeken, alsof hij alles van haar te weten wilde komen, maar toch al wist dat zij zijn trouwste volgelinge zou worden.
Met zijn lange, magere vingers was hij over haar slanke pols gegleden. Oh, wat was dat een heerlijk gevoel geweest... Die dag had ze voor het eerst kennis gemaakt met de koloniën aan vlinders die binnen in haar huisden. Dat hij na een tijd zijn staf had gepakt en het Duistere Teken op haar had gebrand, beschouwde ze bijna als ze hoogst mogelijke eer die haar ooit zou zijn overkomen. Sindsdien droeg ze het met trots, als een herinnering aan die dag waarop hij haar zo zachtjes had aangeraakt.
Het lachen was haar echter vergaan toen ze werd uitgehuwelijkt aan Rodolphus van Detta, een man met het puurste bloed dat ze ooit had kunnen wensen, maar die haar toch niet had kunnen bekoren. God, wat was de dag van hun huwelijk gruwelijk geweest…
’s Ochtends was ze wakker geworden met een naar gevoel in haar buik. Vandaag zou de laatste dag zijn dat ze ongebonden was, vrij als een sterke vogel die zijn eigen weg koos, zijn vleugels uitspreidde en zijn snavel in de richting wees waar hij heen wilde...
Toen ze uit het raam keek en zag dat zware, donkergrijze wolken zich dreigend opeenpakten, vormden haar lippen zich tot een sarcastische glimlach. Vandaag zou de hemel huilen voor haar, niet slechts krokodillentranen, maar tranen van puur verdriet, puur verlangen, pure hartstocht… Elke druppel zou zich in een diepe afgrond werpen, weggevoerd worden, samen met het vuil, en later weer opnieuw uit de hemel vallen, als een eindeloos bewijs van haar eeuwigdurende verdriet.
Ze stond in de kerk en rilde. De koude doordrong haar, totdat ze verkleumd was tot op het bot. Met een half oor luisterde ze naar de man die hun huwelijk zou sluiten, maar de woorden bereikten haar niet.Uiteindelijk sloot ze zich af voor alles en hoorde ze helemaal niets meer. Dromend keek ze naar de zware gewelven van de kerk, de grote stenen, die al zo lang standhielden, denkend aan de man die zij zo graag wilde liefhebben, zoals een bij die de zoete honing wanhopig uit een gesloten bloem probeert te trekken. In gedachten verzonken richtte ze haar blik uiteindelijk maar op haar aanstaande. Tot haar verbazing zag ze zijn lippen bewegen, en besefte pas na wat een eeuwigheid leek, dat hij zijn jawoord uitsprak. Met een schok keerde ze terug naar de werkelijkheid, en hoorde de woorden nog net op tijd.
“… Bellatrix Zwarts, neemt gij Rodolphus van Detta tot uw echtgenoot, in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, in voor- en tegenspoed, alle dagen van uw leven, totdat de dood u scheidt?”
Nee. Ze schakelde haar gedachten, haar gevoelens en haar hart uit en keek in zijn ogen zonder echt iets te zien.
“Ja, ik wil,” zei ze zwakjes. Haar woorden echoden onwerkelijk en kropen in de allerkleinste kiertjes van de majestueuze kerk, maar ze werden helaas verkeerd opgevat. Rodolphus keek haar met een warme glimlach aan, ontroerd door haar zachte woorden. Een moment later kuste hij haar innig, zijn lippen warm op de hare, maar het voelde zo verkeerd. Het klopte gewoon niet...
Bellatrix zuchtte even. Herinneringen ophalen was een teken van zwakte, ze zou het zichzelf niet moeten toestaan - en al helemaal niet in deze situatie. Degene op wie de Heer wachtte was gekomen, hij stond bij het vuur als een echte Griffoendor – verderfelijk, vechtend voor de verkeerde idealen, zo vast overtuigd. Sukkeltje. Desalniettemin maakte haar hart een sprongetje, en bleef daarna angstaanjagend snel pulseren. Eindelijk was het dan zover...
Opgewonden keek ze toe hoe de Heer – haar Heer – zijn toverstok op hem richtte, de mooie klanken uitsprak en hoe het groene licht het spookachtige bos even verlichtte. Triomfantelijk zag ze dat de jongen levenloos op de grond viel. Het zou een leugen zijn om te zeggen dat ze minder verrukt was dan de Heer van het Duister. Een juichkreet, die diep vanuit haar binnenste opborrelde, verliet bijna haar mond, maar ze durfde nog niet.
“Mijn Heer,” fluisterde ze. “Mijn Heer...” Voor het eerst stond ze zichzelf toe haar stem te verwarmen met liefde. Het kon haar niet schelen dat de anderen het allemaal hoorden, dit was hét moment, dit was hun moment.
“Mijn Heer...” Eventjes was ze teleurgesteld toen hij haar afwimpelde, maar dat gevoel was al snel voorbij. Cissy sprak de bevestigende woorden; de jongen was écht dood. Bellatrix gilde van vreugde en danste woest in de rondte, haar gitzwarte haren dansten om haar hoofd. Vanuit haar ooghoeken ving ze nog net op hoe er zowaar een glimlach op zijn gezicht stond. Al was het dan een krankzinnige lach; dit was een van de mooiste momenten uit haar leven. Op dat moment wist ze zeker dat ze zich dit later nog zou kunnen herinneren als de dag van tevoren... Dichter bij hem zou ze waarschijnlijk niet meer komen, zijn vreugde was haar vreugde.
De duisternis begon te verminderen, de nacht haalde met tegenzin haar mantel weer van de aarde af. Een ondoorzichtige mist bleef hangen; een paarsachtige, mystieke gloed die de snel komende ochtend voorspelde, bleef over en drong door de hoge ramen de Grote Zaal binnen, waar een chaotische strijd plaatsvond.De Duistere Zijde vocht tegen het Licht, zoals de vertrekkende nacht vocht tegen de opkomende zon.
Te midden van het gevloek, getier en gekrijs vocht Bellatrix, vastbesloten om de andere kant voor eens en altijd uit te roeien. Ze wist zeker dat het zou lukken; die jongen was dood, haar Heer was blij, kortom: haar dag kon niet meer stuk. Roekeloos vuurde ze ene na de andere spreuk op Molly Wemel af, waarbij ze gemene opmerkingen naar die bloedverraadster slingerde. Triomfantelijk liet ze een hatelijke lach horen, toen Molly écht woedend werd. Geamuseerd keek ze naar het dikke vrouwtje toen deze haar probeerde te beledigen, en lachte; haar aandacht niet meer bij het gevecht, maar bij de momenten die ze hierna zou beleven, samen met hém. Alles ging als in een waas voorbij. Het was een fatale vergissing, maar Bella had het niet door. Ze zag de vloek te laat op zich afkomen, en besefte pas toen hij haar bijna raakte, dat dit haar einde zou zijn.
Met grote, angstige ogen zocht ze naar haar Heer, ze wilde nog een laatste glimp van hem opvangen. Nog één keer nam ze hem in zich op, nog één keer keek ze naar zijn vuurrode ogen, zijn bleke gelaatstrekken en zijn gestalte. Wanhopig strekte ze haar hand naar hem uit, ze wilde het leven nog niet loslaten, ze wilde hém nog niet loslaten.
Ze zag hoe hij zijn mond opendeed, haar naam schreeuwde. Het was een uitroep van woede, maar ze had nog nooit zoiets moois gehoord. Voor haar was het ’t bewijs dat hij werkelijk iets om haar gaf. Nu was het niet erg meer om te sterven, de liefde verspreidde zich warm over haar hele lichaam. Ze strekte haar hand niet meer uit naar hem, maar naar de dood, en omhelsde die met beide armen.
”De liefde redeneert zonder rede” – William Shakespeare |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Shirley
The Chatting Mod


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house.
|
Geplaatst:
Ma Sep 22, 2008 19:45 |
 |
Hey allemaal!
Het is alweer 22 September, dus we gaan weer stemmen. We hebben weer een leuk aantal inzendingen dit keer, bedankt iedereen voor het inzenden! Hopelijk hebben we ook een leuk aantal stemmers. (:
Geef je argumenten als je stemt, deze moeten bestaan uit minstens 15 woorden. En je gaat natuurlijk niet op jezelf stemmen. Gebruik dit lijstje om te stemmen:
Citaat: | Dit is mijn 1e/2e/3e stem:
Mening: |
Het stemmen zal stoppen op 30 September, dan heb ik de uitslag voor jullie.
Succes met stemmen allemaal!
Heb je nog vragen of ideeën? Stuur gewoon een PB! |
_________________
I love HPF.
All good things come to an end... Goodbye HPF. |
|
  |
 |
Vivian.
Huffelpuf Klassenoudste


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Inside the Snitch, waiting for Harry to open it.
|
Geplaatst:
Do Sep 25, 2008 6:30 |
 |
Wow, veel inzendingen en goede ook. Complimenten. Zelf had ik wat weinig tijd, maar volgende maand ben ik er gewoon weer bij.
Dit is mijn eerste stem: Een onmogelijke droom
Mening: Een Bella-verhaal. Leuk, erg IC. Het klopt gewoon helemaal - hoe geobsedeerd ze met Voldemort is, haar manier van denken. Jammer van " 't" bij het bewijs, maar dat is wel heel erg muggenziften van mij .
Dit is mijn tweede stem: Spinnenliefde
Mening: Grappig, een verhaal over Ron xD. Cleo, leuk verzonnen.. Die naam past echt goed bij haar. Het plot is daarnaast erg origineel. De tekst op het shirt maakt het helemaal af.
Dit is mijn derde stem: Verloren Hoop
Mening: Ahww, wat zielig. Mooi verwoord "Mijn ziel was gestorven met die van haar".. Waarom moest zij eigenlijk juist met een pistool vermoord worden? Het doet geen afbreuk aan de schrijfstijl, zeker niet, maar het is ook niet echt iets wat ik bij een tovenaar zou verwachten . Het stukje na zijn dood is ook echt goed gedaan.
Eervolle vermelding: wel, dit mag geen officiële stem meer heten, maar ik zat zó lang tussen deze en een ander die het wel werd te twijfelen dat ik Spiegelliefde zeker nog even wil noemen. |
_________________
Like a Phoenix, we will rise again from the ashes. Stronger and better than ever.
Where your treasure is, there will be your heart also.
HPF: friendships will never die |
|
  |
 |
TopazLover <3
Writer of Dreams


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Gryffindor, forever in my heart.
|
Geplaatst:
Zo Sep 28, 2008 18:50 |
 |
Hier zijn mijn stemmen.... *tromgeroffel*
Mijn 1e stem is voor: Een onmogelijke droom
Mening: Wat een leuk verhaal! Goed IC en ik vind het typisch Bella. Haar gedrag klopt precies. Dankzij de fijne schrijfstijl leest dit verhaal als een trein
Mijn 2e stem is voor: Spiegelliefde
Mening: Dit idee heel leuk is xD. Nee, serieus, het is een goedgeschreven verhaal waar je ook makkelijk doorheen leest. Ik kan me goed inleven in Olivier. Het is een redelijk kort verhaal en van mij had het langer gemogen, maar dat is mijn enige aanmerking.
Mijn 3e stem is voor: Verloren hoop
Mening: Ik vind het pistool nogal vaag, maar los daarvan is dit ook een goedgeschreven verhaal. Vooral de laatste alinea vind ik mooi geschreven. Zeker deze stem waard. |
_________________ Running at Ron, she flung them around his neck and kissed him full on the mouth. Ron threw away the fangs and broomstick he was holding and responded with such enthusiasm that he lifted Hermione off her feet.
HPF, always in my heart. |
|
  |
 |
Glauces
Lid Wikenweegschaar


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Ravenclaw, my house
|
Geplaatst:
Zo Sep 28, 2008 19:49 |
 |
Mijn eerste stem gaat naar De Ballerina
Mening: Het is zo'n lievig verhaal. Ik ben sowieso al dol op Teddy Lupos en Victoire Wemel, maar dit is echt... te schattig :'). Die pop ook.Oh, en wat natuurlijk ook heel belangrijk is, het is leuk geschreven ^^
Mijn tweede stem gaat naar Spinnenliefde
Mening: Ook al zie ik Ron niet zo snel met iemand anders dan met Hermelien, toch vind ik dit een leuk verhaal. Het is origineel bedacht en de begin- en eindzin zijn allebei vet xD. En arme Rooon *aait*
Mijn derde stem gaat naar Spiegelliefde
Mening: Oeh, een Olivier Plankverhaal. Dat kom je ook niet bijster vaak tegen (ik tenminste niet xD). Ik vind het mooi geschreven, en zo verschrikkelijk zielig als hij daar voor die spiegel staat... Die moeder met haar vader deed trouwens ook wel iets. |
_________________
Where your treasure is, there will your heart be also. |
|
  |
 |
Avana
Lid Wikenweegschaar


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: In Fanfictionland with Harry & Draco
|
Geplaatst:
Zo Sep 28, 2008 21:20 |
 |
Wat een moeilijke keuze weer en wat een drama xD Weinig happy endings voor de eerste liefde
Mijn eerste stem gaat naar Een onmogelijke droom
Mening: Dit vond ik het mooiste verhaal. Het is goed geschreven wat altijd een pré is voor mij.
Je begint gelijk met een mooie sfeertekening en maakt nieuwsgierig naar wat er gaat gebeuren.
Ook als je de verhaallijn begint te herkennen, blijft het verhaal boeien.
Je gebruikt ook prachtige beelden zoals bv
Citaat: | Achteloos bekeek ze haar hand; het vuurrode bloed stak tegen haar bleke huid af als een lieveheersbeestje dat over een blanke lelie kroop. | en
Citaat: | Met gemak viste ze het beeld op uit haar geheugen, alsof ze het hoekje van een bepaalde pagina in een fotoalbum had omgevouwen… |
Mijn tweede stem gaat naar Dag, Jona
Mening: Ook hier erg mooie beelden en een prachtig spraakgebruik.
Ik vond het een intrigerend verhaal hoewel ik het begin en einde iets sterker vond dan het middenstuk.
Het einde komt toch nog onverwacht en zorgt echt voor een ‘en toen’ smeekbede.
Mijn derde stem gaat naar Spinnenliefde
Mening: Je hebt een fijne schrijfstijl. Het is een spannend verhaal en blijft boeien al vond ik dat je het eind iets te lang aan ziet komen.
Ook vond ik persoonlijk Ron niet helemaal IC (maar dat is erg subjectief natuurlijk xD) maar het plot vond ik wel erg origineel! |
_________________
♥ Spread the love of Harry & Draco ♥
Griffmama xD |
|
  |
 |
Kevin.
Griffoendor Aanvoerder


Verdiend:
0 Sikkels
Woonplaats: Hogwarts
|
Geplaatst:
Ma Sep 29, 2008 10:39 |
 |
Het blijft ook deze maand nog altijd een moeilijke keuze . Maar, hier zijn mijn stemmen:
Dit is mijn eerste stem: De Ballerina
Mening: Het eerste wat opviel is de schrijfstijl. Die erg fijn om te lezen was. Daarnaast is het verhaal gewoon echt heel erg lievig en blijft je aandacht vasthouden. Voor de rest is de pop ook zeer goed bedacht.
Dit is mijn tweede stem: Een onmogelijke droom
Mening: Bella is echt heel erg IC en dat is al heel knap. Daarnaast beschrijf je op de juiste manier, haar obsessie met Voldemort en hoe ze denkt. Ook was het einde van het verhaal erg passend.
Dit is mijn derde en laatste stem: Spiegelliefde
Mening: Aww, ik vond het net als Es ook zielig toen hij zo voor de spiegel stond. Daarnaast vond ik het knap dat je Olivier Plank als hoofdpersoon hebt gekozen. Jep, een dikverdiende laatste stem voor deze. |
_________________
Ééns een HPF'er, altijd een HPF'er. |
|
  |
 |
|
|